OVER DE EINDELOZE GRAS~ LANDEN! In hun met huiden overtrokken huifkarren leken ze op zéélieden die méédréven òp deze groene gòlven, waar duizenden ruwbehaarde wilde pony´s leefden? Deze nomaden kwamen uit het óósten. Yèsj leerden slechts een paar woorden van hun nasale, half gezòngen táál! Ze gebaarden hem om àchter in hun kar te klimmen, waar kinderen en vrouwen in stilte samenhokten bij de schapen en de kìppen. Hij staarde verbaasd naar de ronde gezichten van de vrouwen die ingesmeerd waren met lanoline voor de glàns: ´t zàl wèl een téken van schoonheid zijn, dàcht hij. Na enkele weken kwamen de zwervende nomaden aan bij ´n dorpje. De mannen werden òpééns wìld. Ze staken fakkels aan en renden gillend door het dorp. Bij de eerste aanblik vluchtten de dorpelingen zonder slag of stoot! De nomaden plunderden àlles wàt ze maar te pakken konden krijgen:kaarsen, juwelen, talg, huiden. Ze slachtten alle dieren en sneden ze ter plekke in stukken en al even onverschillig vermoordden ze ook elke man of jongen die zich had verstopt in ´t hoge gras rondom ´t dorp. Yesj was geschokt. Hij sprak ´n stille zegening uit over de doden. De nomaden hadden hen ontdaan van alles wat nog bruikbaar was, zoals sieraden & leren riemen. Ze begroeven de lijken niet, maar lieten ze liggen tussen de ingewanden & andere nutteloze resten van ´t geslachte vee. Yèsj keek naar een paar mannen die naar de kar kwamen waar hij ìn zat. Ze ze trokken ´n lammetje & twee kalveren achter zich aan, dieren die ze onderweg konden vetmesten en later slachten. Niemand besteedde enige aandacht aan Yesjoea. Hij was niet bang voor de mannen, ondanks hun bloederige handen waarmee ze gedurende ´t zweterige werk die dag over hun gezicht geveegd hadden en sporen van gerònnen bloed zaten ook op hun mond & voorhoofd: hij vroeg zich àf wááròm ze hèm níet hadden vermoord! De karavaan trok weer verder. Achter in de huifkar hurkten vrouwen op stromatten: zij doorzochten de geplunderde buit en staarden ònbewógen naar Yehosjoea? Toen begreep hij het: ròndòm hem was ´n cirkel van vrede! Híj hàd níets méér te verliezen en dat maakte hem ònzìchtbaar: hij was als de wìnd ìn de wìnd? Hoe vreemd dat G d ´n dergelijke verandering bewèrkstelligd hàd, ònzìchtbaar & ìn stìlte! Yesjoe wist dat hij zich ìn voortdurende zegening óveràl ter wereld kon begeven? En tòch kòn hij dat níet! Het zou onverdraaglijk zijn òm gezégend te zijn ìn ´n vervloekte wéreld! Dat wìst hij met ´n diepe, innerlijke zekerheid. Toen de graslanden tenslotte eindigden, verliet Yèsj de karavaan. Hij kreeg ´n sterk zward paard méé, dat de nomaden hem ter afscheid hadden geschonken. De aanwijzingen van de Pers volgend, wèndde hij zich naar het zuiden en kwam bij de kromming van de wéreld ........