Daar zit ik dan.
Alleen in het donker.
Ik voel me veilig, de stilte is fijn.
Voor even vergeet ik mijn pijn.
Voor even vergeet ik mijn problemen.
Een traan glijdt over mijn wangen, maar niemand ziet het.
Ik ben alleen, helemaal alleen.
Niemand om me heen.
Niemand die van me houd.
Er komen nog meer tranen.
Tranen van verdriet, van pijn maar ook een beetje van vreugde.
Alle tranen die ik laat hebben een eigen reden.
Ik huil zachtjes verder.
Niemand die me hoort.
Niemand die me ziet staan.
Ik vertrouw niemand meer.
Ik voel nog een druppel over mijn wang.
Dit keer is het een regendruppel.
Ik huil niet meer alleen, de hemel huilt met me mee.
Hier voel ik me thuis, kon ik hier maar voor altijd blijven.
Ik sta op, en loop het donkere bos in.
Me verstand raakt de weg kwijt
Het is harder gaan regenen, maar het maakt me niet uit.
Ik loop verder, steeds verder.
Het is hier zo mooi, en zo fijn.
Ik ga nog verder het bos in.
Niemand kan me hier vinden.
En nooit zal iemand mij vinden.
Ik zag mezelf verliezen in me ogen.
